Peuteropvang voor elk kind

Kom leren, ontwikkelen en spelen bij ’t Mereltje

 

Kinderen vanaf twee jaar krijgen bij ’t Mereltje een aangepast dagprogramma. Met speciale ontwikkelingsgerichte activiteiten om ze te stimuleren. Deze activiteiten zijn niet alleen beschikbaar voor ouders die beide werken, maar óók voor kinderen met een indicatie (VVE) en kinderen van wie de ouders niet (beide) werken. Peuteropvang voor élk kind vanaf 2,5 jaar.

Ouderbijdrage
In alle gevallen vragen we een ouderbijdrage voor de opvang. Hoe hoog deze bijdrage is, hangt af van jullie inkomen en situatie. Meer weten? We helpen jullie graag. Bel ons op telefoonnummer 030 – 22 88 601 of stuur een e-mail naar info@mereltje.nl.

Voorlezen en zingen
Om 9.15 uur maken we een kring en gaan we voorlezen en/of zingen. Een belangrijk, gezamenlijk moment dat bijdraagt aan de ontwikkeling van taal en communicatie. Kinderen vertellen wat ze hebben meegemaakt en leren op deze manier naar elkaar te luisteren. Dat geeft een gevoel van zekerheid en zelfvertrouwen. En door naar anderen te luisteren leren ze respect te hebben voor elkaar. Eén keer per week is de muziekkring; de dag rouleert per maand. De kring wordt geopend met een vertrouwde pop.

Buitenspelen
Plassen, jassen aan en naar buiten. Daar laten we de kinderen vrij spelen. Er is volop spelmateriaal, zoals fietsen en tractors. In de zomer zijn we extra veel buiten en doen we vaak kringspelletjes of zingen we liedjes. Als de kinderen naar buiten gaan, leren we ze zelfstandig hun jasje en schoenen aan te trekken. En als we weer naar binnen gaan, leren we ze hun schoenen weer zelfstandig uit te trekken. Voordat we naar binnen gaan zingen we een vast liedje.

Knutselen en spelletjes
Aan de hand van een thema of boek maken de kinderen knutselwerkjes. Zo maken de kinderen een onderwerp bewuster mee en onthouden ze het beter. Een voorbeeld van een thema zijn de jaargetijden en wat er dan leeft, groeit en bloeit in de natuur. Dan nemen we bijvoorbeeld herfstbladeren, kastanjes en andere schatten mee naar binnen.

We doen veel leuke spelletjes met de kinderen. Zoals een paar spulletjes onder een kleedje leggen, iets wegnemen en dan raden wat er is weggehaald. Of we laten een balletje rondgaan in de kring, terwijl er muziek op staat. Is het liedje afgelopen, dan mogen de kinderen de handen op de rug doen en raden waar het balletje is gebleven.

Verder zingen we liedjes en lezen boekjes. Daarbij zijn de kinderen op een speelse manier met wereldoriëntatie bezig, bijvoorbeeld met kleuren, getallen, vormen en rijmpjes.

Uitstapjes en activiteiten buiten de deur
Zo af en toe maken we uitstapjes met de kinderen. Om de twee tot drie weken gaan we met de kinderen naar de bibliotheek om boekjes te lezen en te lenen. Ook doen we graag mee aan activiteiten in de bieb. Soms rijden we met de bakfiets naar de kinderboerderij of naar de hertjes om ze brood te geven. Ook mogen er weleens kindjes mee als we boodschappen gaan doen. In de zomer staat er nu en dan een toneelstuk op de agenda in het openluchttheater van Slot Zeist.

Speelhoeken
In een peutergroep is het belangrijk dat er duidelijk gescheiden speelplekken zijn waar de peuters met elkaar actief kunnen zijn op hun eigen niveau. Bij een open, minder begrensde speelruimte vertonen kinderen vaak onrustig gedrag en storen ze elkaar. Uiteraard kunnen de groepsleiding en de peuters elkaar altijd zien. Op elke groep zijn vijf speelhoeken met een permanente basisopzet. Op bepaalde momenten, denk bijvoorbeeld aan creatieve activiteiten, wordt een speelhoek aangevuld met specifieke materialen. De speelhoeken hebben elk hun eigen pictogram. Deze zijn terug te vinden in de centrale hal van elke vestiging.

Opruimen
Peuters spelen en ontdekken de hele dag. Het speelgoed wordt dus de hele dag gebruikt. We proberen de peuters aan te leren na het spelen het speelgoed weer op te ruimen. Bij gezamenlijke speelmomenten ruimen we samen alles op. Dit doen we vaak onder begeleiding van een opruimliedje: “We gaan opruimen, opruimen. Ruim de boel maar op!” Bij individuele speelmomenten proberen we de kinderen zoveel mogelijk te stimuleren om – wanneer ze klaar zijn met spelen en wat anders willen doen – eerst op te ruimen, voordat ze nieuw speelgoed pakken.

Eten
Vaste rituelen voor het gezamenlijke eten bieden kinderen houvast. Voor elk eet- en/of drinkmoment wassen alle kinderen eerst hun handen. Daarna gaan ze aan de gedekte tafel zitten en zingen ze een vast liedje: “Smakelijk eten, smakelijk drinken. Hap, hap, hap. Snip, snap, snop. Eet/drink maar lekker op. Eet/drink smakelijk allemaal.” We stimuleren de kinderen om zoveel mogelijk zelfstandig te eten en te drinken. Als ze een warme maaltijd krijgen, eten ze met hun vork en lepel. Kinderen die brood eten, mogen zelf met plastic bestek hun brood smeren. Het is altijd weer een gezellig moment tussen kinderen en pedagogisch medewerkers.

Verschonen en zindelijk worden
Ieder kind wordt zindelijk op zijn eigen tijd. Sommige kinderen zijn zindelijk als ze 2 jaar zijn, andere kinderen dragen nog een luier op 4-jarige leeftijd. Doorgaans zijn kinderen zindelijk wanneer ze naar de basisschool gaan. Het is belangrijk om te wachten tot het kind er zelf klaar voor is. We kunnen kinderen ook niet zindelijk maken, maar we kunnen het wel helpen zindelijk te worden. Wij dwingen kinderen nooit om naar de wc te gaan. Stimuleren doen we wel, door de kinderen uit te nodigen om te plassen op een potje of de wc, ze te laten kijken bij kinderen die al naar de wc gaan (zo worden ze door elkaar gestimuleerd, onder het mom van ‘wat jij kan, kan ik ook’) en ze zelf hun broekje uit en aan te laten trekken bij het verschonen. Als de luier langere tijd droog is, kan dit een teken zijn om te starten met zindelijkheidstraining. Een goede afstemming tussen de ouders en pedagogisch medewerkers is daarbij belangrijk, zodat er voor het kind eenduidigheid is.

Voorbereiden op school
Ter voorbereiding op school werken we met de kinderen toe naar zelfredzaamheid. Ook bieden we enkele schoolse aspecten aan op de peuteropvang. Dit gebeurt op speelse wijze en afhankelijk van de ontwikkelingsfase van het kind. Zo testen we geen abstracte dingen, wanneer ze nog concrete activiteiten nodig hebben.

Aan bod komen onder meer zindelijkheidstraining, gebruik van de plasketting, zelfstandig toiletgebruik, gebruik van de luizenzak of -cape, de muziek-, lees- en/of babbelkring en een variatie aan creativiteit. Ook verdiepen we op speelse manier de wereldoriëntatie van de kinderen: we benoemen hun eigen voor- en achternaam en waar ze wonen, praten over de seizoenen, dagen, familie, kleuren, vormen en getallen, en oefenen met zelfstandig de jas en schoenen aan- en uittrekken.

Daarnaast doen we minimaal twee keer per jaar een ontruimingsoefening met de kinderen. Om een eventuele ontruiming zo goed en gestructureerd mogelijk te laten verlopen, oefenen we met de kinderen regelmatig spelenderwijs wat ze moeten doen. De kinderen weten dat ze in de rij moeten staan bij de deur van de groep en achter het kindje moeten gaan staan dat de brandweerhelm op heeft. Buiten hebben ze een aangewezen plek waar ze moeten verzamelen. Met dit alles proberen we bij de kinderen een stadium van ontwikkeling te realiseren, waarbij de voorwaarden om met succes naar school te gaan, zijn vervuld.

Uk & Puk op de peutergroep

Door het implementeren van de Uk & Puk-methodiek kunnen we gehoor geven aan een verplichting en een wens. Vanuit nieuwe regelgeving, de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK), zijn we verplicht om met een kindvolgsysteem te werken. Daarnaast wilden we een VVE-groep starten én vinden we Uk & Puk een mooi kwaliteitsinstrument .

Mereltje-breed
Over ongeveer 8 maanden zal de tweede groep pedagogisch medewerkers van de peutergroepen volledig gecertificeerd zijn. Hierdoor kunnen we op alle peutergroepen thematisch activiteiten aanbieden en kan de VVE-groep terugvallen op vele VVE-gecertificeerde pedagogisch medewerkers.

Op onze jaarlijkse studiedag hebben alle pedagogisch medewerkers kennis gemaakt met Uk & Puk. Sindsdien werken we, in samenwerking met de interne/VVE-coach van ’t Mereltje, Mereltje-breed met de methodiek. Hierdoor kan iedere pedagogisch medewerker naar eigen kunnen methodisch met de eigen doelgroep werken, van 0 tot 12 jaar.

Grote diversiteit aan activiteiten
Typerend voor de methodiek is het thematisch en doelgericht aanbieden van activiteiten. De activiteiten zijn uitgezet in individuele activiteiten en kleine en grote groepsactiviteiten. Hierdoor kunnen we de activiteiten uitstekend op verschillende momenten in het dagritme aanbieden. Bijvoorbeeld rijdens vrij spelen, eet-, verzorgings- en kringmomenten. De diversiteit aan activiteiten is groot. Zo krijgen we goed in beeld hoe wij per kind aan kunnen aansluiten bij de vier domeinen van de brede ontwikkeling: de taal-spraakontwikkeling, de zintuiglijke-motorische ontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en vroege rekenontwikkeling.

Kansen grijpen en creëren
Waar bij de kinderen tot 2 jaar de nadruk ligt op het grijpen van kansen gedurende de dag, creëren we bij de peuters kansen door een gericht activiteitenaanbod. Bij de kinderen van de bso gaan ligt de nadruk op kinderparticipatie. Dit wordt naarmate de kinderen ouder worden steeds verder uitgebreid.

In de MMM en Bso-memo blikken we elke 6 weken terug op het afgelopen thema en wordt het nieuwe thema geïntroduceerd.